Spuiter

Deze test is geen officiële test. Het is een puur indicatieve test die niet peilt naar jouw technische kennis en vaardigheden. Deze test is relevant met de leerinhouden van deze opleiding. Het geeft een idee wat er zoal aangeleerd wordt in functie van het leerplan. Een geslaagde test is geen referentie dat men over voldoende vaardigheden beschikt van deze leerinhouden. Deze opleiding is in hoofdzaak een praktische opleiding, "doen" is dus de boodschap en daarvoor is deze test niet geschikt.

Vul je gegevens in, en markeer de antwoorden die volgens jou correct zijn.



Hou mij op de hoogte van het aanbod van cvo Kisp (privacy beleid)

Verplichte velden star

Er is sprake van persvoeding bij een verfspuitpistool wanneer:

Perslucht gebruikt wordt om de verf te vernevelen en te transporteren naar het te spuiten

De verf door de zwaartekracht van de bovenbeker in het verfkanaal loopt en meegenomen

De verf onder druk uit een persvat of persbeker naar het spuitpistool wordt gevoerd

De verf door de onderdruk die ontstaat door de persluchtstroom uit de onderbeker wordt gezogen

De luchtklep en de verfnaald worden door dezelfde trekker bediend:

De trekker opent eerst de verftoevoer en vervolgens de luchttoevoer

De trekker opent eerst de luchttoevoer en vervolgens de verftoevoer

De trekker opent de luchttoevoer en de verftoevoer op hetzelfde moment

Afhankelijk van de trekkerstand opent eerst de verftoevoer of de luchttoevoer

Om vrij dikke verven te verspuiten kan het best gebruik gemaakt worden van:

Een doorblaaspistool met onderbeker

Een spuitinstallatie met een drukvat

Een spuitpistool met een opening van 1,5 mm bij een druk van 5 bar

Een spuitpistool met verlengstuk

Bij een HVLP-spuitpistool wordt de luchtdruk aan de luchtkap van het spuitpistool gemeten. Deze bedraagt:

3 bar

1,5 bar

0,7 bar

4,5 bar

Om het goed functioneren van de verfspuit te bewerkstelligen is het nodig de bewegende delen minstens eenmaal per week te behandelen met:

Dun consistenten vet

Grafietolie

Zuurvrije niet drogende olie

Zuurvrije vaseline

Bij het verfspuiten is de viscositeit van de verf een zeer belangrijk gegeven. Het begrip viscositeit duidt op:

De dikvloeibaarheid van de verf

De dekkracht van de verf

De vulkracht van de verf

De temperatuur van de verf

Om vast te kunnen stellen of een bestaande laklaag een een- of tweelaag metallic is, wordt:

De laagdikte van de bestaande laklaag gemeten

Een krasproef genomen

Een plekje geschuurd met fijn droog schuurpapier

Een plekje ingewreven met nitrocellulose verdunning

Het droogproces van de basis kleurlak van een zuiver tweelaag laksysteem is:

Fysisch

Katalytisch

Oxydatief

Thermisch

Belangrijk bij het juist meten van de viscositeit van lak is:

Het droge stofgehalte van de lak

De relatieve luchtvochtigheid

Het soort droging van de lak

De temperatuur van de lak

Bij welke temperatuur wordt de viscositeit van lak gemeten:

15°C

37°C

20°C

23°C

Bij het spuiten met een vlakstraal ingesteld spuitpistool is de juiste spuitafstand ongeveer:

10 cm

20 cm

40 cm

50 cm

Hoe breng je correct washprimer aan?

Een schrale laag en na 10 minuten een volle laag

Een schrale laag en na 10 minuten twee maal een volle kruislaag

Een volle kruislaag nat in nat

Eenmaal een schrale laag

Hoe voer je correct een spot-repair met een tweelaag systeem uit?

Het gehele oppervlak in de basislak spuiten en uitnevelen met blanke lak

Uitspuiten van de basislak en overspuiten met blanke lak

Nat in nat afspuiten met de basislak over de primer

Spuiten met de basislak over een ongeschuurde ondergrond

Voor het spuiten van smalle stukken wordt het spuitpistool op de rondstraalinstelling gezet. Om zakkers te voorkomen wordt nu:

De verftoevoer verminderd

De spuitafstand vergroot

De spuitdruk verhoogd

De verf meer verdund

Wolkvorming in een tweelaags metallic verf kan ontstaan door:

Een ongelijkmatig spuitpatroon

Het aanbrengen van de aflaklaag op een nat geschuurde onderlaag

Onvoldoende reiniging van de ondergrond

Vervuiling van de persluchtleiding

Een grof sinaasappeleffect ontstaat door:

Een te sterk verdunde lak te verspuiten

Het gebruik van een te snelle verdunning

Het spuiten van te zware laagdikte per spuitgang

Te spuiten met een te lage spuitdruk

Wat voor storing kan er optreden bij een te lage verwerkingstemperatuur?

De verf blijft langer "open" waardoor er een grotere kans op zakkers ontstaat

De solventen en verdunningsmiddelen gaan sneller verdampen zodat er glansverlies ontstaat

Er ontstaat wellicht een slechte hechting met de onderlaag

Geen van deze drie beweringen is juist

Het spuitpatroon is onderaan of bovenaan te zwaar. De oorzaak daarvan is:

Een te hoge viscositeit van de verf

Een te grote sproeieropening van het spuitpistool

Een foutieve instelling van het spuitpistool

Een gedeeltelijke verstopping van de sproeier van het spuitpistool

Tijdens het verspuiten van verfproducten ontstaan er schadelijke nevels en organische dampen:

Een masker met actieve koolstofpatronen of verse lucht is aangewezen als

Het volstaat om een masker tegen fijn stof te dragen als ademhalingsbescherming

Verfnevels en organische dampen zijn niet schadelijk voor de ademhaling in het algemeen

In een spuitkabine is het niet nodig om een masker te dragen omdat alle verfnevels weggezogen worden

Voor het beschermen van je gezondheid draagt je tijdens het spuiten van een twee-componenten acrylaatlak tenminste:

Handschoenen en een veiligheidsbril

Een koolstofmasker

Een overall in nylon

Een stofmasker